Wat een domme vraag denk je, kijk maar in je portemonnee, of keer je
spaarpot om.
Maar zo eenvoudig als het lijkt, is het niet.
We kunnen
ons voorstellen dat je denkt: wat is geld eigenlijk?
Waar komt geld vandaan?Het
woord geld komt van het woord goud (denk maar aan het Engelse woord
‘gold’).
Vroeger maakte men geld uit klompjes zilver of goud, zeldzame
edelmetalen.
Dingen die zeldzaam zijn - waar er dus maar weinig van is
- zijn kostbaar.
Daarom willen mensen het bezitten.
Dat
edelmetaal is ook duurzaam.
Duurzaam betekent dat het niet gemakkelijk
kapot gaat,
en het niet roest of beschadigd. Het blijft lang goed.
Om
als geld gebruikt te kunnen worden heeft edelmetaal dus de juiste
eigenschappen:
Het is kostbaar en duurzaam.
Omdat munten
gemaakt werden van edelmetaal hadden ze een
bepaalde waarde in goud of
zilver. We noemen dat intrinsieke waarde:
de waarde van het materiaal
waarvan het gemaakt is,
het is een muntje, maar het is ook nog steeds
een stukje goud of zilver.
Omdat goud en zilver te zeldzaam
zijn begon men al vroeg
muntjes te maken van andere metalen zoals
brons.
In 1967 werd in Nederland de laatste zilveren munt geslagen.
Sinds die tijd wordt ons muntgeld gemaakt van een mengeling
van
‘gewone’ metalen, zoals koper, nikkel en messing dat ook duurzaam is.
Het metaal zelf heeft geen of weinig waarde meer,
in elk geval is het
metaal zelf minder waard dan wat erop staat.
De munt heeft nu een
nominale waarde: dat is het bedrag dat erop staat zoals € 1,00.