Hierbij wens ik ieder hele fijne Kerstdagen
en een voorspoedig maar bovenal een
gezond en gezegend NIEUWJAAR

|
Midden in de winternacht... De herdertjes... Nu zijt... |
|
|
Hoor de englen... Rudolph... |

Plaatje Kersthuisje met sterretjes Plaatje Kersthuisje

Plaatje Kerstman met rendieren Plaatje Kerstman op de slee

Plaatje Rode kerstverlichting Plaatje Rode Kerstballen
|
Het oorspronkelijke verhaal van Het meisje met de zwavelstokjes
Daar liep dat meisje dus op haar blote voetjes, die rood en blauw zagen van de kou. In een oud schort had ze een heleboel zwavelstokjes en een bosje hield ze in haar hand. Niemand had nog iets van haar gekocht, de hele dag niet. Niemand had haar ook maar een stuivertje gegeven. Hongerig en koud liep ze daar en ze zag er zo zielig uit, dat arme stakkertje! De sneeuwvlokken vielen in haar lange, blonde haar, dat zo mooi in haar nek krulde, maar aan dat soort dingen dacht ze echt niet. Uit alle ramen scheen licht naar buiten en het rook ook overal zo lekker naar gebraden gans; het was immers oudejaarsavond en daar dacht ze wel aan. In een hoekje tussen twee huizen, waarvan het ene een beetje vooruitstak, ging ze in elkaar gedoken zitten. Haar beentjes trok ze onder zich op, maar ze kreeg het nog kouder, en naar huis durfde ze niet, want ze had geen zwavelstokjes verkocht en ook geen stuivertje gekregen. Haar vader zou haar slaan en thuis was het trouwens ook koud. Ze woonden vlak onder het dak en daar blies de wind doorheen, ook al waren de ergste kieren met stro en oude lappen dichtgestopt. Ze had bijna geen gevoel meer in haar handjes van de kou. O, wat zou een zwavelstokje lekker warm zijn! Zou ze er eentje uit het bosje durven trekken en het tegen de muur afstrijken om haar handen te warmen? Ze trok er een uit. Ritsss, wat vlamde dat, wat brandde dat! Het gaf een warm, helder vlammetje, net een kaarsje, toen ze haar handen erom heen hield. Een wonderlijk licht gaf het. Het meisje dacht dat ze voor een grote, ijzeren kachel zat met glimmende koperen ballen en een koperen trommel. Het vuur brandde zo heerlijk, het was zo lekker warm. Maar wat was dat? Het meisje strekte haar voetjes al uit om die ook te warmen- toen ging de vlam uit, de kachel verdween- en zij zat met een stompje van het afgebrande zwavelstokje in haar hand. Ze stak er nog een aan. Het brandde, het gaf licht en waar het schijnsel op de muur viel, werd die doorzichtig, net als een sluier. Ze keek zo de kamer in, waar de tafel gedekt was met een spierwit tafelkleed, met het fijnste porselein. De gebraden gans, gevuld met pruimen en appeltjes, stond heerlijk te dampen. En wat het allerheerlijkst was, de gans sprong van de schaal en waggelde met een vork en mes in zijn rug over de grond. Hij kwam recht op het arme meisje af: toen ging het zwavelstokje uit en was alleen de dichte, koude muur er nog. Ze stak er nog een aan. Toen zat ze onder de mooiste kerstboom, nog groter en nog rijker versierd dan de boom die ze door de glazen deur bij de rijke koopman had gezien, vorig jaar met Kerstmis. Er brandden wel duizend kaarsjes aan de groene takken, en gekleurde prentjes, zoals je die in etalages ziet, keken haar aan. Het meisje strekte haar beide handen uit toen ging het zwavelstokje uit, de vele kerstkaarsjes gingen de lucht in en veranderden in sterren zag ze. Eentje viel er en liet een lange streep van vuur achter aan de hemel. Nu gaat er iemand dood, zei het meisje. Want haar oude grootmoeder, de enige die lief voor haar was geweest, maar die nu dood was, had gezegd: als er een ster valt, gaat er een zieltje naar God. Ze streek weer een zwavelstokje af tegen de muur, het gaf licht en in het schijnsel stond haar oma, heel duidelijk, heel stralend, heel vriendelijk en lief. Oma riep het meisje, O neem me mee! Ik weet dat je weg bent, als het zwavelstokje uitgaat. Weg, net als de warme kachel, de gebraden gans en die prachtige, grote kerstboom. Haastig streek ze de rest van de zwavelstokjes uit het bosje af, want ze wilde oma vast houden. De zwavelstokjes gaven zoveel licht dat het klaarlichte dag leek. Oma had er nog nooit zo mooi en zo groot uitgezien. Ze nam het kleine meisje op haar arm en ze vlogen, stralend en blij, heel, heel hoog. Er was geen kou, geen honger, geen angst- ze waren bij God. Maar in het hoekje bij het huis zat in de koude wintermorgen het kleine meisje met de rode wangen-dood, doodgevroren op de laatste avond van het oude jaar. Het werd nieuwjaarsochtend en de kleine dode zat daar met haar zwavelstokjes, waarvan één bosje bijna was opgebrand. Ze heeft zich willen warmen, zeiden ze. Niemand wist wat voor moois ze had gezien, hoe stralend ze met oma de vreugde van het nieuwe jaar was ingegaan. |
|
Er brandden voortdurend enorme vreugdevuren waarop brandoffers werden gebracht aan de goden, godinnen, schimmen en doden. Alles werd versierd met groenblijvende takken en twijgen, die gezien werden als symbool van vruchtbaarheid en verjager van heksen, geesten en ziekte. Niet alleen de Germanen kenden deze midwinterfeesten en symboliek, ook Romeinen, Egyptenaren en nog veel meer volken vierden in de winter dit 'feest van het licht.' Pas in 381 kwam het Christelijke element om de hoek kijken: men koos 25 december als geboortedag van Christus. Voor 381 werd alleen Zijn kruisiging, besnijdenis en wederopstanding herdacht en gevierd. Het heidense 'feest van het licht' versmolt vervolgens met het Christelijke 'feest van de vrede'. De kerk maakte op deze manier handig gebruik van de enorme populariteit van de joelfeesten om het Christendom verder te verspreiden. Advent Kerstmis wordt voorafgegaan door Advent (=Nadering). Tijdens de Advent zijn Christenen in afwachting van de komst van Jezus. Advent begint op de vierde zondag voor Kerstmis (het begin van het kerkelijk jaar) en duurt tot Kerstavond. Kinderen krijgen een adventskalender met voor elke dag een 'deurtje' waar iets lekkers achter verstopt zit. Er wordt een adventskrans met vier rode of gele kaarsen neergezet. De eerste kaars wordt op adventszondag aangestoken en elke zondag erna wordt er een kaars extra aangestoken. Tijdens de adventsperiode worden overal Kerstmarkten gehouden. Zo vertrekken er dagelijks bussen vol Nederlanders naar de beroemde Kerstmarkt in Dusseldorf. Al met al bezoeken jaarlijks vele tienduizenden Nederlanders de kerstmarkten in Nederland en Duitsland. Niet vreemd maar anders In Engeland en Amerika hangt men een mistletoe op in huis. De mistletoe (ook vogellijm of maretak genoemd) is het symbool van vriendschap. Een meisje dat per ongeluk (?) onder de mistletoe staat, mag door een jongen worden gekust. En vice versa natuurlijk. In Oost-Europa vasten mensen de dag voor Kerstmis, zodat het kerstmaal extra goed smaakt. Men gaat aan tafel als de eerste ster aan de hemel verschijnt en er wordt bij het diner 1 stoel vrijgelaten voor het kerstkind. In Polen legt men stro op de vloer en op tafel als herinnering aan de stal van Bethlehem. Er wordt optalek (een plat brood waarin kerstfiguren zijn gedrukt) gegeten. Het brood gaat rond zodat iedereen een stukje af kan breken. Wie niet thuis is, krijgt een stukje opgestuurd. In Brazilië worden geen echte, maar plastic kerstbomen in huis gezet. Men gaat naar de nachtmis, er wordt gegeten, gedronken en cadeautjes uitgepakt. Vervolgens wordt er tot de volgende dag twaalf uur knalvuurwerk afgestoken. In Scandinavië speelt de geit een grote rol in de kerstviering. De geit zou boze geesten die rond de jaarwisseling te voorschijn komen, verdrijven. Men geeft elkaar geitjes van stro en kinderen verkleden zich als geit. |

Achtergrond Christmastree Achtergrond Kerst Kaarsen

Achtergrond Kerstballen Achtergrond Kerstlichtjes
|
De geboorte van Jezus Er was ooit een tijd waarin veel mensen dachten dat God hen vergeten was. In Jeruzalem was de boze koning Herodes de baas en het was geen leuke tijd voor de Joden. Op een dag kwam er een engel bij Maria. Hij vertelde haar dat ze moeder zou worden van de Zoon van God. Maria is verliefd op Jozef. Jozef is een timmerman. Maria werkte hard in hun huisje, terwijl Jozef aan het werk was. Plotseling werd het heel licht. Maria schrok. Het licht kwam van een engel. "Wees maar niet bang, Maria", zei de engel. "Ik ben een boodschapper van God en ik kom je iets fijns vertellen." Maria kon geen woord uitbrengen en luisterde naar de engel. "God heeft jou uitgekozen om de moeder te zijn van een heel bijzonder kind. Je zult voor hem zorgen, maar als hij groter wordt, zal hij er voor alle mensen in de wereld zijn. Hij zal zorgen voor liefde en vrede voor alle mensen." Als de engel weg is, laat Maria haar spullen liggen en gaat op zoek naar Jozef. Toen het kindje van Maria bijna geboren moest worden, kwam er een boodschapper van de keizer van Rome. Hij zei dat iedereen naar de stad van zijn vader moest gaan. De keizer van Rome wilde namelijk tellen hoeveel Joden er in Israel woonden. Maria en Jozef moesten op reis naar Bethlehem, want daar woonden hun vaders. Toen ze daar na een lange en zware reis aankwamen, waren alle herbergen vol. Na lang zoeken vonden ze gelukkig een stal waar ze mochten blijven slapen. Hier, tussen de ezels en koeien, kreeg Maria het kindje Jezus. Ze wikkelde het in doeken en legde het in de kribbe, een voederbak voor dieren. De Herders Buiten was het al donker en koud. De herders waren buiten met hun schapen. Ze warmden hun handen bij een vuurtje. Plotseling werd het licht. De herders keken op en zagen een engel. Hij zei: "Schrik niet, herders. Ik kom jullie goed nieuws vertellen." De herders, die anders nooit zulke bijzondere dingen meemaken 's nachts, zijn verbaasd, maar ze luisteren. "Er is een kind geboren in Bethlehem, een bijzonder kind. Een kind dat vrede zal brengen in de wereld. Het is geboren in een stal. Een grote ster zal jullie de weg wijzen." Ineens stonden er heel veel engelen. Het hele veld werd verlicht. De herders genoten zichtbaar. Zeker toen dat hele engelenkoor ook nog eens prachtig begon te zingen. "Gloria in excelsis Deo." Geweldig was het. Toen de engelen waren verdwenen, gingen de herders meteen op pad. Op weg naar Bethlehem, naar dat bijzondere Kind. En in dat stalletje in Bethlehem vonden ze inderdaad het kindje Jezus. Ze vertelden aan iedereen wat er was gebeurd. En de mensen waren heel blij, omdat ze nu wisten dat God hen toch niet in de steek had gelaten. De Wijzen uit het Oosten Ook drie wijzen uit het oosten waren op zoek naar het kindje Jezus. Zij hadden gehoord dat Jezus als hij groot was koning van de Joden zou zijn. Zij vonden de stal in Bethlehen doordat er vlak boven deze stal een grote, schitterende ster aan de hemel stond. De drie wijzen gaven Jezus mooie cadeaus: goud, wierook en mirre. Ondertussen had de slechte koning Herodes ook van het koningskind gehoord. Hij stuurde soldaten naar Bethlehem om het dood te maken. Gelukkig was Jozef 's nachts door een engel gewaarschuwd en kon hij op tijd naar Egypte vluchten met Maria en Jezus. Pas toen de boze koning dood was, gingen ze weer terug naar Nazaret. Jezus groeide hier op en werd koning van de Joden. |

Kleurplaat: Jozef en Maria, met kindje Jezus in de kribbe, in een stal

Kleurplaat: Jozef en Maria, met Jezus in de kribbe

Kleurplaat: Kerstkaars

Kleurplaat: Kerstman

Kleurplaat: Winnie the Pooh, met kerst
|
De abies Koreana is een mooi gevormde kerstboom. De naalden zijn glanzend groen en hebben een witte onderkant, dit geeft deze kerstboom een bijzonder mooi aanzien. Veelal heeft deze mooie kerstboom met kerstmis nog enige kegels op.
PICEA ABIES
BLAUW SPAR
NOBILIS
NORDMANN
Picea Omorika
|